Schrijf je ondernemingsplan

Zelf je ondernemingsplan schrijven

Wil je je eigen bedrijf beginnen? Of je nu een winkel, restaurant of sportschool wilt beginnen: het is verstandig om een ondernemingsplan te schrijven om je plannen concreet te maken. Wat ga je precies doen? Is er markt voor je product? Waar wil je naar toe? Dit zijn slechts enkele vragen die je beantwoordt in je businessplan.

Qredits helpt je hier graag mee op weg. Wij bieden je verschillende tools: een ondernemingsplan template, digitale cursus, schrijven met een coach of klassikaal. Bekijk hieronder onze verschillende mogelijkheden.

Ondernemingsplan Schrijven?

Qredits wil je hier graag mee op weg helpen. We bieden hiervoor vier verschillende manieren aan:

Sjabloon

Sjabloon in Word

Een gratis template die je helpt om jouw ideeën op een rij te zetten. Handig voor ondernemers die alleen een structuur nodig hebben.
 

  • gratis
  • eenvoudig online
  • direct beginnen

E-learning

Online leren

Deze e-learning laat jou nadenken over je onderneming. Je krijgt volop inspiratie en voorbeelden. Na afloop download je een kant en klaar plan.

  • € 49,95 incl. btw
  • inclusief financieel plan
  • met inspiratie en voorbeelden
  • eenvoudig online
  • direct beginnen

Coaching

Je eigen coach

Laat je je liever begeleiden door iemand? Een coach helpt je verder, geeft feedback en biedt zekerheid. Het resultaat: een perfect plan, klaar om in te leveren bij je kredietverstrekker.

  • € 200 excl. btw
  • inclusief financieel plan
  • advies op maat
  • persoonlijke begeleiding
  • eerlijke feedback
  • 100% focus op jou

Avondschool

Klassikaal leren

Wil jij je ondernemingsplan schrijven in een klassikale cursus onder begeleiding van experts? Binnen tien weken heb jij je eigen plan. Een vaste docent begeleid je.

  • € 275 excl. btw
  • klassikaal leren
  • begeleiding van experts
  • in 10 avonden een eigen plan
  • inclusief e-learning
  • inclusief werkboek
  • optrekken met ondernemers
  • hulp bij je financiele plan

Wat je wil weten over een ondernemingsplan

Een ondernemingsplan, ook wel bedrijfsplan of businessplan genoemd, is de eerste stap op weg naar een eigen bedrijf. Hiermee breng je de haalbaarheid van jouw ideeën in kaart. Een ondernemingsplan is op te delen in de volgende drie hoofdstukken:

Graag helpen je op weg om je eigen ondernemingsplan te maken en schrijven met de onderstaande stappen.

1. De ondernemer

De ondernemer is het eerste hoofdstuk van het ondernemingsplan. Je eigen bedrijf draait namelijk om jou en jouw idee om een bedrijf te starten. Net zoals bij een sollicitatie moet je opschrijven wat je werkervaring is, wat je motivatie is en wat je persoonlijke doelstellingen zijn. Indien er sprake is van meerdere ondernemers, zoals bij een V.O.F., vul dan voor elke ondernemer dit hoofdstuk in. De gevraagde gegevens zijn namelijk bedoeld voor alle ondernemers. Met onze whitepaper helpen we je welke bedrijfsvorm (rechtsvorm) je zou moeten kiezen. 

1.1. Persoonlijke gegevens

Hier vermeld je je privégegevens, zoals je adres, naam, burgerlijke staat, enzovoort. Denk er ook aan dat je deze gegevens voor alle ondernemers aanlevert.

1.2. Persoonlijke motieven en doelstellingen

Hierin beschrijf je waarom je een onderneming wilt beginnen. Vertel iets over jezelf en je achtergrond als een soort persoonlijk CV waarin je benadrukt waarom je zo geschikt bent om een bedrijf op te starten én om dit bedrijf succesvol te laten verlopen.

Ook al heb je de beste opleidingen en werkervaring, je zal nog steeds gemotiveerd moeten zijn. Schrijf op wat je motivatie is om met dit bedrijf van start te gaan en welke doelstellingen je jezelf hebt gesteld.

1.3. Persoonlijke kwaliteiten

Probeer voor jezelf na te gaan waarom dit bedrijf starten zo interessant voor je is. Wat zijn jouw sterke en zwakke punten? Probeer hier vooral eerlijk in te zijn. Dit is met name voor jezelf van belang. Als je weet wat je zwakke punten zijn, kun je daar rekening mee houden. Op welke gebieden heb je coaching en begeleiding nodig? Om (meer) inzicht te krijgen in je sterke en zwakke punten kun je een ondernemerstest invullen. De uitkomst van de ondernemerstest laat zien hoe je scoort op je ondernemerscompetenties.

2. Het marketingplan

Voor elke product of dienst is er een markt. Althans, heb je dat onderzocht? Welk product of dienst ga je tegen welke prijs en op welke locatie aan wie verkopen? Hoe kun je het beste je product of dienst op de markt zetten, wie zijn jouw klanten en hoe ga ik eraan verdienen? Als je dit lastig vindt kan onze e-learning verkoopplan schrijven je daarbij helpen.

2.1. De onderneming

Hier zet je alle algemene gegevens van de onderneming op een rijtje. Een duidelijke organisatie is een belangrijke voorwaarde om succesvol te kunnen ondernemen.

Ben je al wel of nog niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel? Heb je de benodigde verzekeringen en Algemene Voorwaarden geregeld? Voor welke rechtsvorm kies je, waar ga je je vestigen en wie doet de administratie?

2.2. Idee

Dit is de kern van je ondernemingsplan. Hier leg je kort maar krachtig uit wat je wilt gaan doen en waarom. Probeer jezelf te verkopen. Maak anderen enthousiast.

2.3. De markt

Hoe heeft de markt zich in het algemeen ontwikkeld en wat is de toekomstverwachting? Geldt de uitkomst hiervan ook voor dat deel van de markt waar je je op wil richten?

Je markt bestaat uit de verzameling van gegevens over bestaande afnemers, potentiële afnemers en alle aanbieders van het product of dienst of vervangende product of diensten. Zijn er weinig aanbieders en geen vervangende product of diensten, dan zit je natuurlijk goed. Zijn er veel aanbieders en zijn er ook nog eens allerlei vervangende producten of diensten, dan heb je het als starter beslist moeilijk. Voor een starter is het van belang dat je jouw markt kent.

2.3.1 Marktontwikkeling

Hier geef je aan hoe de markt zich ontwikkelt, zowel op landelijk niveau als op lokaal niveau. Verschuift de behoefte van de potentiële afnemers of juist niet? Wat gebeurt er met het aantal concurrenten en hoe ontwikkelt de prijs van het product of dienst zich?

2.3.2 Doelgroepen

Het is belangrijk om uw doelgroep zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven. Wie zijn je (potentiële) klanten? Wat zijn belangrijke kenmerken van deze klanten? Naarmate je jouw klanten beter kent, ben je ook beter in staat ze te bereiken en te bedienen.

2.3.3 Concurrentie

Je moet weten of er meer aanbieders zijn van jouw product of dienst. Denk daarbij ook aan concurrentie die een alternatief aanbieden.

Wat zijn de sterke en zwakke punten van de concurrentie? Weet welke prijs ze vragen en welke kwaliteit ze bieden. Richten ze zich op dezelfde klantengroep? Hoe zorg je ervoor om hiertussen op te vallen?

2.4. SWOT Analyse

Wat zijn de sterke en zwakke punten van je eigen onderneming en wat zijn de kansen en bedreigingen die zich in de markt voordoen of gaan voordoen?

2.5. De marketing mix

Met de marketingmix geef je je bedrijf een duidelijk eigen gezicht. De marketingmix maakt je bedrijf herkenbaar voor de buitenwereld. De marketingmix bestaat uit de vijf P’s:

2.5.1 Product of dienst

Product of dienst staat voor meer dan alleen een product of dienst. Wat is de toegevoegde waarde voor de klant? Welk probleem lost het op? Denk ook aan verpakking, garantievoorwaarden, uitstraling en merk. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van je product of dienst?

2.5.2 Prijs

De prijs zegt iets over het product of dienst dat je levert, maar ook over het deel van de markt waar je je op richt. Met een hoge prijs trek je een andere doelgroep dan met een stuntprijs. Welke prijsstrategie ga je hanteren? Leg je de nadruk op service of ben je een prijsvechter? Hoe liggen de prijzen bij concurrenten?

2.5.3 Plaats / Distributie

Hier maakt je duidelijk waar je je bedrijf vestigt. Ga je huren of kopen? Start je vanuit huis of kies je voor een bedrijfspand?

Beschrijf ook hoe je bedrijfskolom eruit ziet. Hoe verloopt de distributie van leverancier tot klant? Waar ga je de producten of diensten verkopen? Wie zijn de leveranciers? Zijn er samenwerkingsverbanden?

2.5.4 Promotie

Promotie maken kan op allerlei manieren en via verschillende kanalen. Beurzen, nieuwsbrieven of internet zijn mogelijke promotiekanalen. Wanneer ga je wat precies doen?

Promotie hoeft zeker niet duur te zijn. Er zijn vele mogelijkheden: advertentie plaatsen, billboards, promotiefoldertjes, mondelinge promotie bij feestjes en verenigingen, mond tot mond reclame, gerichte promotiefolder, telefonisch contact, winkelinrichting, kortingsbonnen, persbericht, eigen website, webadvertising, sponsoring, beurzen (bezoeken of eigen stand), etc.

Alles begint met wie je wilt bereiken en wie jou moet begrijpen.

2.5.5 Personeel

Kun je het werk alleen aan, of het nodig personeel aan te trekken?

Personeel aannemen moet zorgvuldig gebeuren. Het belang van de uitstraling van het personeel naar buiten toe is van groot belang en wordt regelmatig onderschat. Hoe kom je aan jouw personeel? Heb je behoefte aan hoog- of laaggekwalificeerd? Wordt het personeel zelf opgeleid? Welke normen en waarden worden er gehanteerd?

2.6. Doelstellingen

Een missie is waarvoor we staan, een visie is waarvoor we gaan. De missie heeft te maken met waarden en identiteit. Een visie geeft aan: hoe gaan wij de wereld van morgen beïnvloeden zodat wij succes hebben?

Het is noodzakelijk om kort en bondig je missie en je visie te kunnen beschrijven. Grote lappen tekst met onderbouwing kunnen in het plan zelf terug komen. Wel moeten ze duidelijk zijn. Dat kun je vrij gemakkelijk doen via de SMART theorie. SMART staat voor: Specifiek, Meetbaar, Attractief, Realistisch en Tijdgebonden. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan kan via het ondernemingsplan zelf nagegaan worden of deze missie en doelstellingen uiteindelijk met alle aanwezige achtergrond informatie werkelijk mogelijk zijn.

2.6.1 Mijn missie

Wie zijn we, wat zijn onze waarden, hoe willen we met onze klanten en medewerkers omgaan? Probeer ook zo reëel mogelijk in te schatten hoe groot de omzet is die je verwacht te gaan halen.

2.6.2 Mijn visie

Waar wil je over 5 tot 10 jaar staan met je onderneming?
Wat ga je doen om te zorgen dat je succes hebt en houdt?

3. Het financieel plan

Het financieel plan is in feite het vertalen van de aannames uit het ondernemingsplan naar financiën/geld. Je kunt onze gratis template financieel plan daarvoor gebruiken. Het financiële hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Waar komt mijn kapitaal vandaan en waar is het geïnvesteerd?
  • Ben ik - winstgevend?
  • Kan ik op tijd voldoen aan mijn financiële verplichtingen?

3.1. Investeringsbegroting

Een bedrijf starten kost geld. Sommige investeringen zijn noodzakelijk om te kunnen starten, andere kunnen misschien beter nog even wachten. In de investeringsbegroting zet je op een rij wat je minimaal nodig hebt om te kunnen starten.

De investeringsbegroting is onderverdeeld in vaste activa en vlottende activa. Vaste activa, zoals een computer, machines, inventaris, en een bedrijfsauto, zijn bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar in je bedrijf aanwezig zijn. Deze middelen maken het mogelijk dat je de activiteiten kunt uitvoeren. Zij ondersteunen het bedrijfsproces.

Bedrijfsmiddelen die korter dan een jaar in je bedrijf aanwezig zijn, zoals voorraden, vorderingen, voorfinanciering BTW en debiteuren, zijn vlottende activa. Deze middelen zijn onderdeel van je bedrijfsproces.

Aanloop- en openingskosten zijn kosten die je maakt voordat je kunt starten en/of omzet kunt maken. Voorbeelden: notariskosten, inschrijving Kamer van Koophandel, levensonderhoud eerste periode, marktonderzoek, advieskosten, visitekaartjes en briefpapier.

Opmerkingen

  • Onderbouw de bedragen met offertes.
  • Vraag offertes op bij meerdere leveranciers om zo tot een juiste keuze te komen.
  • Houd rekening met onvoorziene kosten.

 

3.2. Financieringsbegroting

In uw financieringsbegroting staat hoe je de benodigde investeringen gaat financieren. Dit kan door middel van eigen vermogen of met vreemd vermogen.

Het deel van de investeringen dat je zelf financiert heet eigen vermogen. Dit kan in vorm van geld zijn dat je hebt gespaard of bedrijfsmiddelen (auto, voorraad, computer) die je eerder hebt aangeschaft. Het kan ook zijn dat een familielid of kennis je geld wil lenen.

Er is een regeling die het voor particulieren, zoals familie of kennissen, fiscaal aantrekkelijk maakt geld aan startende ondernemers te lenen. Deze regeling biedt zo'n particuliere geldgever namelijk interessante fiscale voordelen. Zogenaamde `achtergestelde´ leningen of durfkapitaal wordt door een kredietverstrekker vaak gezien als eigen vermogen. Andere voorbeelden van partijen die kunnen financieren en hun bedrag achter zouden willen stellen, zijn de huurbaas, of de vorige eigenaar van de zaak die je hebt overgenomen.

Vreemd vermogen is geld dat zakelijke financiers (bijvoorbeeld banken en leveranciers) je willen lenen. Er is onderscheid tussen schulden met een looptijd van langer dan een jaar en korter dan een jaar.

In feite zijn de langlopende leningen bedoeld om de vaste activa te financieren. Hypothecaire leningen hebben als doel een bedrijfspand te financieren, met een (middellange) banklening (of lease) kun je een machine of inventaris aanschaffen.

Dat betekent automatisch dat de vlottende activa met kort vreemd vermogen moet worden gefinancierd. Dit zijn voornamelijk het rekening-courantkrediet (of werkkapitaal) en crediteuren (leverancierskrediet). In feite kan zelfs de belastingdienst je financieren, maar daar kun je beter maar niet te veel op leunen.

3.3. Openingsbalans

Een balans is een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen van je onderneming op een bepaald moment.

Anders gezegd: op een balans staat wat je hebt (activa, de linkerzijde van de balans), in de vorm van geld, goederen, enz., en hoe die gefinancierd zijn (passiva, de rechterzijde van de balans): met eigen vermogen of met vreemd vermogen (leningen). Dus een balans is een momentopname van bezittingen en van de manier waarop deze zijn betaald.

De solvabiliteit is de verhouding van uw eigen vermogen ten opzichte van het totaal benodigde vermogen. Dit geeft aan in hoeverre uw onderneming de schulden op lange termijn kan voldoen.

3.4. Verkoopprognose

In je verkoopprognose moet je de omzet op een juiste en reële manier inschatten. Het maken van een verkoopprognose is niet eenvoudig, maar wel noodzakelijk. Daarmee kun je namelijk inschatten wat je gaat verdienen en of dat voldoende is om alle verplichtingen te kunnen voldoen. Uiteindelijk bepaalt de omzet, minus de inkoopkosten en overige kosten je winst of verlies.

De berekening is simpel. Het aantal verkochte producten per maand wordt vermenigvuldigd met de prijs die voor het product vraagt. Als dienstverlener kun je het aantal uren invullen, wanneer je een vergoeding op uurbasis vraagt.

De omzet moet je exclusief BTW opgeven. Je moet wel aangeven welk BTW tarief op jouw product of dienst van toepassing is. (21%, 6% of 0%).

De belastingdienst geeft hier meer informatie over.

Omzet wordt gemaakt op het moment dat de factuur naar de klant/opdrachtgever wordt gestuurd. Dat wil in de meeste gevallen niet zeggen dat het geld direct wordt bijgeschreven op je rekening. Betalen je klanten direct (contact of PIN) zoals in de detailhandel, of moet je weken op je geld wachten. Deze periode noemen we de debiteurentermijn. Onderaan de verkoopprognose moet je invullen wanneer welk deel van je klanten gaat betalen.

Opmerkingen

  • Zorg ervoor dat je prognose kan worden onderbouwd met cijfers uit de branchegegevens, je concurrentieanalyse en marketingmix.
  • Houd rekening met seizoensinvloeden.
  • Ga je direct in je eerste maand omzet maken, of is er sprake van een aanloopperiode?
  • Is het geplande aantal uren daadwerkelijk declarabel?
  • Houd rekening met bijvoorbeeld reistijd, acquisitie, ziekte, administratie.
  • Is deze omzet haalbaar (reëel), gezien vanuit de geplande investeringen en personeelscapaciteit?

 

3.5. Inkoopprognose

Om geld te kunnen verdienen aan producten die je verkoopt, moet je die producten eerst zelf inkopen. Het verschil tussen wat je verkoopt en de prijs die je zelf hebt betaald om die producten in te kopen is je brutowinst.

Er bestaat dus een direct verband tussen inkoop en verkoop. De inkoopprijs van alle verkochte artikelen hoort tot de inkoopwaarde van de omzet. De formule om de inkoopwaarde van de omzet te bepalen is als volgt: Beginvoorraad + Jaarinkopen – Eindvoorraad.

Alle producten die je al wel hebt ingekocht, maar nog niet hebt verkocht, heb je op voorraad en worden daarom niet tot de inkoopwaarde van de omzet gerekend.

Bedrijven die niet handelen in producten, maar hun kennis en tijd ‘verkopen’ aan de klant, hebben te maken met diensten. Diensten hebben meestal geen inkoopprijs (of slechts zeer gering). Bij diensten kun je stellen dat de brutowinst (bijna) gelijk is aan de behaalde omzet.

Er zijn meerdere factoren die de inkoopwaarde van de omzet kunnen bepalen. Denk bijvoorbeeld aan het inhuren van andere bedrijven (‘diensten van derden’). Deze worden meestal ook rechtstreeks van de behaalde omzet afgehaald. Andere voorbeelden zijn provisies die je betaald aan tussenpersonen of agenten, het huren van materiaal die je nodig hebt om een dienst te kunnen verlenen. Dit zijn zogenaamde directe kosten. Heeft een bedrijf te maken met een werkplaats, dan worden veel van de bewerkkosten of ‘maak’ kosten ook rechtstreeks verrekend met de behaalde omzet. Eigenlijk alles met een rechtstreeks verband met de behaalde omzet!

Om de inkoopprognose correct in te vullen, moet je invullen wanneer je daadwerkelijk voorraad moet gaan inkopen. Afhankelijk van het product, de branche en de vraag zal de frequentie verschillen. Is het nodig dat je elke dag inkoopt (bijv. verse levensmiddelen), of kun slechts één keer per kwartaal je inkopen doen (bijv. kleding)? Kun je inschatten hoe lang je product gemiddeld op voorraad ligt? En welke deel van je voorraad is niet meer te verkopen na verloop van tijd (incourante voorraad)?

3.6. Exploitatiebegroting

In je exploitatiebegroting schat je in of je bedrijf rendabel is. Door de omzet en kosten in een overzicht te plaatsen, kun je in een oogopslag zien of je bedrijf winst of verlies maakt. In de exploitatiebegroting staan de bedragen exclusief BTW vermeld.

Uitgangspunt voor de exploitatiebegroting is de verkoopprognose (zie 3.3). Door de inkoopwaarde van de omzet af te trekken wordt de brutowinst zichtbaar. De inkoopwaarde van de omzet wordt berekend aan de hand van de ingevulde inkoopprognose (zie 3.4).

Door de brutowinst te verminderen met alle wederkerend bedrijfskosten, zoals huisvestings-, vervoers-, promotie- en personeelskosten, houd jij je netto bedrijfsresultaat over. Dit bepaalt of je bedrijfsactiviteit op zichzelf rendabel is. Onder de bedrijfskosten vallen ook de afschrijvingen. Afschrijvingen zijn wel kosten, maar geen uitgaven. Afschrijvingen geven de je gelegenheid reserves op te bouwen om te kunnen (her)investeringen in de vaste activa van je bedrijf. Je geeft het geld pas uit op het moment dat je moet gaan investeren. Je geeft je ook extra ruimte om je aflosverplichting te voldoen.

Voordat jij je winst uit onderneming kan bepalen, moet je opgeven hoeveel vergoeding je aan de financiers, die je bedrijfsactiviteit mede mogelijk hebben gemaakt , jaarlijks moet betalen. Dit wordt ook wel rente genoemd.

Als je winst hebt gemaakt, moet je daarover belasting betalen. Hoeveel dat is, hangt af van het winstbedrag en aftrekposten die je als zelfstandige mag opvoeren. Voor deze aftrekposten gelden wel diverse voorwaarden. Kijk daarom goed op de site van de belastingdienst.

De nettowinst is de basis voor uw inkomen uit een eenmanszaak of VOF. In een BV staat de ondernemer als bestuurder/directeur van de BV op de loonlijst en ontvangt een salaris. Het salaris is een kostenpost voor de BV. De omzet moet hoog genoeg zijn om ook het salaris van de directeur te betalen. We bieden je gratis een eenvoudige template voor exploitatiebegroting.

Opmerkingen

  • Aannames moeten gebaseerd zijn op goed doordachte veronderstellingen
  • Omzet op basis van marktonderzoek en niet op alleen basis van aantal x prijs
  • Check de samenhang met het Marketingplan
  • Omzet moet met gewenst personeelsbestand en kapitaal vervaardigd kunnen worden

 

3.7. Liquiditeitsbegroting

Kun je elke maand alle rekeningen betalen? Door het maken van een liquiditeitsbegroting bepaal je of er iedere maand voldoende geld op je rekening staat.

Inkomsten en uitgaven kunnen gedurende een jaar sterk wisselen. Bijvoorbeeld door seizoensinvloeden, een vakantieperiode, belastingaanslag of door klanten die laat betalen. Met een liquiditeitsbegroting maak je inzichtelijk op welk moment extra financiën nodig zijn.

Vrijwel alle bedrijfskosten die zijn opgenomen in de exploitatiebegroting komen ook terug in de liquiditeitsbegroting. Afschrijvingen vormen hierop de belangrijkste uitzondering. De liquiditeitsbegroting toont hoe de kosten over het jaar worden verdeeld en aan in welke maand de kosten daadwerkelijk betaald moeten worden. Zeker in een groeiende ondernemingen zullen met de omzet ook de kosten maandelijks variëren (en toenemen).

Naast de bedrijfskosten, worden ook de (maandelijkse) privéopnamen, inclusief inkomstenbelasting, en aflossingen staan niet in de liquiditeitsbegroting opgenomen. Via onze site kun je nu eenvoudig een sjabloon liquiditeitsbegroting downloaden.

Opmerkingen

  • Op de exploitatiebegroting zijn alle bedragen exclusief BTW.
  • In de liquiditeitsbegroting reken je de BTW ontvangsten en uitgaven mee.

 

3.8. Cashflow

Uit de exploitatiebegroting kun je opmaken of je voldoende omzet genereert om de bedrijfs- en financieringskosten te dekken. De cashflow berekent vervolgens of jij je privéopnamen wel uit de onderneming kan halen en of er daarnaast genoeg overblijft om leningen af te lossen, herinvesteringen te voldoen of reserves op te bouwen.

Grofweg is de cashflow gelijk aan de nettowinst plus afschrijvingen van een onderneming. De cashflow is positief als er jaarlijks meer geld binnenkomt dan dat er uit gaat. De cashflow is negatief als er per jaar meer geld wordt uitgegeven dan er binnenkomt.

Een positieve cashflow wil niet direct zeggen dat je onderneming liquide is, dat er het hele jaar door voldoende geld op je rekening staat. Dat moet blijken uit de liquiditeitsbegroting.

3.9. Begroting privé-uitgaven

Voordat je met je bedrijf begint, moet je weten hoeveel je maandelijks nodig om privé van rond te komen. Breng al je (huishoud)verplichtingen in kaart. Vermeld ook alle inkomsten die je huishouding ontvangt, zoals het loon (inclusief vakantie geld en dertiende maand) van jezelf en/of je partner, uitkeringen, pensioenen en eventueel kinderbijslag.

Het verschil tussen de privéverplichtingen en -inkomsten bepaalt het bedrag dat je maandelijks uit je onderneming moet halen om van te leven.

Opmerkingen

  • Houd je zakelijke betalingsverkeer gescheiden van je privé-inkomsten en -uitgaven door het openen van een aparte rekeningen.

 

3.10. Afschrijvingen

Een afschrijving is het in de boekhouding tot uitdrukking brengen van de waardedaling van een bedrijfsmiddel over een bepaalde periode. Doordat je machines gebruikt zullen ze slijten. Ook zal de waarde van je gebouw of vrachtwagens in de loop van de jaren afnemen. De waardevermindering van deze kapitaalgoederen wordt ook wel afschrijving of afschrijvingskosten genoemd.

Er wordt steeds afschrijving toegepast om de slijtage door het gebruik tot uitdrukking te brengen. Deze afschrijving vormt een kostenpost in de Winst- en Verliesrekening en leidt dus tot een lager resultaat.

Bekijk de mogelijkheden van Qredits

Schrijf je ondernemingsplan

Ondernemingsplan template downloaden

Als je een onderneming wilt beginnen, is het verstandig eerst een ondernemingsplan te maken. Qredits wil je hier graag mee op weg helpen.

Schrijf je ondernemingsplan

E-learning Ondernemingsplan Schrijven

Deze e-learning laat jou nadenken over je onderneming. Je krijgt volop inspiratie en voorbeelden. Na afloop download je een kant en klaar plan.

Schrijf je ondernemingsplan

Begeleiding bij ondernemingsplan

Vind je het moeilijk om je eigen ondernemingsplan op te stellen? Twijfel je of het goed is? Een coach helpt je bij het structureren van je ideeën.

Schrijf je ondernemingsplan